17 juni 2025
Voor het eerst in de Nederlandse luchtvaartgeschiedenis is een Nederlander wereldkampioen kunstzweefvliegen geworden: de 43-jarige Lars Hofman uit Bemmel won die titel afgelopen zomer in het Duitse Oschatz. Lars vertelt over G-krachten, zere oren, rare fratsen, WK-stress, euforie en zijn (inmiddels overleden) moeder.
Ineens begint het een beetje te duizelen, wanneer Lars vertelt over WK-vlucht nummer drie in de categorie ‘free’. Het programma begon met twee figuren die eigenlijk niet goed achter elkaar passen: een P-loop, gevolgd door een Stall-turn. Twee keer omhoog dus, daar heb je veel energie voor nodig. Eerst een verticale lijn naar beneden, om snelheid te pakken. Toen kwam de driekwart looping naar boven, gevolgd door een zogenaamde horizontale twee punt rol. Hierbij werd het gehele zweefvliegtuig om zijn lengteas gedraaid in een totale beweging van 180 graden. Eskimoteren, maar dan in de lucht. De oefening eindigde met een Stall-turn, waarbij het vliegtuig loodrecht omhoog ging. Tijdens de looping zat Lars op de maximumsnelheid van 275 kilometer per uur met een G-belasting van 8. Of eigenlijk ietsje meer. Lars moest keihard werken om voldoende bloed in zijn hoofd te houden: bij dit soort G-krachten zou je de kluts kunnen kwijtraken.
Na de horizontale twee punt rol verscheen er een grote glimlach op zijn gezicht: de snelheidsmeter gaf precies 200 km/u aan, de perfecte snelheid om de afsluitende Stall-turn te vliegen. Vlak voor de landing balde hij zijn vuisten en riep “damn” en “yes”. Lars was euforisch. De Poolse Agata was volgens de jury net iets beter, maar Lars stond weer eerste in het overall klassement. En die plek heeft hij niet meer afgestaan, want hij was ongenaakbaar op vluchten nummer vier, vijf en zes.
Via KIJK, een magazine over wetenschap en technologie, maakte Lars kennis met zweefvliegen. Hij was zestien en al jaren gek van luchtvaart. Zijn grootste hobby op dat moment: modelvliegen. Zijn ultieme droom: jachtvlieger worden. In KIJK stonden drie lezersaanbiedingen: een ballonvaart, zweefvliegen en een aerobaticvlucht met een motorvliegtuig. Toegegeven, zweefvliegen leek hem aanvankelijk suf. Hij koos voor die aerobaticvlucht, maar dat vond zijn moeder geen goed idee: te gevaarlijk. “Ze vond dat zweefvliegen al spannend genoeg was’’, aldus Lars.
Hij toog naar vliegveld Terlet, voor een eerste kennismaking met zweefvliegen. Nog nooit in zijn leven had Lars gevlogen, maar die dag mocht hij maar liefst drie vluchten met een instructeur maken. “In het vliegtuig zitten twee stuurknuppels. Hij zat achterin, ik voorin. Bij de derde vlucht mocht ik van de instructeur steile bochten maken. Ik was verkocht. De instructeur zei tegen mijn vader: ‘uw zoon heeft een aardig vlieghandje’. Nog geen maand later heb ik een cursus gevolgd op Terlet. Ik heb toen twintig starts gemaakt. Dat was in 1997. Een jaar later deed ik weer een cursus. Na in totaal 43 starts mocht ik als 17-jarige solo de lucht in.’’
In die beginperiode heeft Lars weleens wat ‘rare fratsen’ uitgehaald die achteraf gezien niet zo verstandig bleken te zijn. “Ik was met de neus recht omhooggevlogen, om vervolgens met het vliegtuig achteruit te zakken. Ik had ervaring met modelvliegen, dus wist wat ik deed. Dacht ik. Eenmaal op de grond vertelde ik erover tegen een medecursist, tot ik door een instructeur op mijn schouder werd getikt. Die man heeft me even streng toegesproken en uitgelegd dat ik zoiets nooit meer mocht doen. Wat er kon gebeuren? In een lange tail-slidekomen. En dan zouden de roeren kunnen afbreken. Ik deed het trucje bewust, maar ik was natuurlijk een groentje. De boodschap was overgekomen, maar toen zat aerobatics vliegen er dus al in.’’
Lars werd lid van de Zuid-Hollandse Vliegclub, maar in 2005 stopte hij met zweefvliegen. Te weinig tijd. Hij was druk met een fotografie-opleiding, lol maken met zijn vrienden en uitgaan. Hij deed in die jaren overigens wel veel aan simulatievliegen achter de computer, met name (formatie) aerobatics met jets en helikopters.
Na een break van liefst zeven jaar besloot hij in 2012 zijn zweefvlieghobby weer op te pakken. Hij werd lid van Zweefvliegclub Deelen. Een jaar later haalde hij zijn Glider Pilot License, in 2014 zijn licentie kunstzweefvliegen. In 2017 maakte hij de overstap van de ASK-21 trainer naar de MDM-1 Fox, een zweefvliegtuig specifiek ontworpen voor kunstvluchten. Lars bleek talent te hebben. Hij werd in 2018 lid van de Nederlandse Kernploeg Kunstzweefvliegen en in 2021 werd hij met de Fox Nederlands kampioenkunstzweefvliegen.
De overstap naar ‘het echte werk’ was lastig, zegt Lars. Dat had vooral te maken met de hogere G-belasting. Met kunstzweefvliegen in een ASK-21 heb je met 4 of 5 G te maken, maar met de Fox kunnen de G-krachten oplopen tot boven de 8. Je vliegt harder en maakt in figuren snellere en langere bochten. Hoge G-krachten kunnen gevaarlijk zijn.
“Hoe meer G-krachten, hoe zwaarder alles aanvoelt. Alles gaat hangen, ook het bloed in je hoofd stroomt naar beneden. Het gevolg is dat je bloeddruk in je hoofd lager wordt. Doe je niks, dan kun je ‘out’ gaan. Door er veel over te lezen heb ik verschillende manieren gevonden om dat te voorkomen. Om G-krachten aan te kunnen, is het belangrijk om benen, billen en buik heel strak aan te spannen, zodat het bloed minder snel naar beneden stroomt. Verder heb ik mezelf een ademtechniek eigen gemaakt die is afgekeken van jachtvliegers. Het is lastig uitleggen, maar het komt erop neer dat ik mijn strottenhoofd op slot zet, terwijl ik om de drie seconden heel snel uit- en inadem. Die techniek zorgt ervoor dat het bloed minder snel naar beneden stroomt. Mijn natuurlijke G-tolerantie - hoeveel G-krachten je zonder iets doet aan kunt - is niet zo heel hoog. Dus totdat ik deze techniek goed beheerste heb ik het met hoge G-krachten vaak lastig gehad. Dit is nu onder controle en dat voelt als een echte overwinning.’’
En dan heeft Lars nog te maken met een ander fysiek ongemak: oren die niet makkelijk kunnen klaren. “De buis van Eustachius is een zwak punt. Regelmatig kwam ik met oor- en koppijn terug op de grond. En eerlijk gezegd haalde het een hoop plezier weg. Een KNO-arts zei: zoek maar een andere hobby. Meerdere momenten heb ik gedacht om er mee te kappen. Gelukkig ben ik voor een second opinion naar een arts gegaan die me wel kon helpen door het plaatsen van buisjes. Dat hielp zeker, al heb ik daar nog steeds gedoe mee, omdat ze te snel weer uitgroeien. Maar de laatste tijd gaat het redelijk goed.’’
Ondanks de fysieke ongemakken besloot Lars er in 2024 helemaal voor te gaan, met als hoofddoel wereldkampioen te worden. Het WK kunstzweefvliegen vond plaats in Oschatz (Duitsland), van 31 juli tot 10 augustus. Lars deed mee in de zogenaamde ‘advanced klasse’, met in totaal zes vluchten. Alle vluchten moeten worden uitgevoerd in een denkbeeldige box van een kilometer bij een kilometer bij een kilometer, op een hoogte tussen 1200 en 200 meter. Je vliegt per vlucht een vooraf bepaald programma dat uit acht tot tien figuren bestaat. Een jurypanel van zeven leden beoordeelt elk figuur op nauwkeurigheid en positionering.
Van de zes vluchten ging het om vier in de categorie ‘unknown’, één vlucht in de categorie ‘known’ en een vlucht in de categorie ‘free’. ‘Known’ houdt in dat je ruim van tevoren weet welke figuren je moet vliegen, bij ‘unknown’ hoor je als deelnemer pas de avond voor de vlucht wat je moet doen. De ‘free’ wordt het vrije programma genoemd, waarbij zeven gelote landen een figuur indienen bij de wedstrijdleiding. Dit zijn vaak lastige figuren die het team van het betreffende land goed heeft kunnen oefenen. Van deze zeven figuren moesten alle deelnemers een eigen programma maken. Om dit volgens eigen logica goed aan elkaar te zetten, moet je hier één of twee eigen figuren aan toevoegen. Lars beschouwt de ‘free’ als een ingewikkelde puzzel. “Ondanks dat mijn team en ik tevreden waren over ons vrijeprogramma, was het een grote uitdaging om goed te vliegen.”
De voorbereiding van het WK liep goed, vertelt Lars. Tot het WK heeft hij 38 trainingsvluchten kunnen maken. “Misschien niet bijzonder veel, maar ik voelde mij goed voorbereid.’’ Een gemiddelde trainingsdag bestaat uit twee à drie vluchten. “Dat zijn lange, intensieve dagen. Gelukkig voel ik me gesteund door Patty, mijn vrouw. Zij houdt die dagen het gezin draaiende.
’’Lars neemt tijdens die trainingsdagen altijd zijn grote legergroene ‘Fox’ vliegtas mee. In deze tas zitten camera’s, een laptop, vliegprogramma’s, handschoentjes, zonnebrillen, zonnebrand en eten en drinken. De camera’s gaan op de vleugelen in de cockpit. Soms filmt een maat hem vanaf de grond. En hij geeft ook commentaar. “Professioneel afzeiken, noemen we dat’’, vertelt Lars lachend. Hij is een perfectionist en analyseert al zijn vluchten. “Maar op YouTube kijk ik ook naar vluchten van voormalige wereldkampioenen. Sterker nog, alles wat verschenen is, heb ik gezien en bestudeerd. Bovendien heb ik een zweefvliegsimulator op mijn computer. Wat ik daarvan leer? Heel precies sturen.’’
Lars maakt onderdeel uit van de kernploeg. Hij trainde veel samen met Jelle Heikamp en Björn Strayer, onder begeleiding van coach Sape Miedema. Ze beoordeelden elkaars vluchten met een kritische blik, om elkaar beter te maken. Lars: “Zonder hen was het nooit gelukt. Het gaat om topniveau, alles moet kloppen, ook de details. Dat hebben we echt als team gedaan.’’
Verder is hij de Zweefvliegclub Deelen en de PH-MSM groep zeer dankbaar. De Zweefvliegclub Deelen heeft Lars altijd toegang gegeven tot de club ASK-21, voorhet beoefenen van kunstvluchten. “Dit heeft mij van beginner naar gevorderd niveau gebracht. Deze fase van training is van cruciaal belang voor de doorstroom naar het hoogste niveau.’’ En dankzij de PH-MSM groep is er nu altijd een sleepvliegtuig op Deelen.
Om fit op het WK te verschijnen, deed Lars aan tafeltennis, yoga en krachttraining. Ook zat hij regelmatig in de sauna. “Zo gauw de kap dicht is, kan het zo 40 of 50 graden in de cockpit worden, zeker in de zomer. Dan is het net een broeikas, bloedheet. Dat wilde ik trainen.’’
Lars legde de lat hoog voor zichzelf: wereldkampioen worden door steeds zo stabiel mogelijk hoog te scoren. Dat lukte. Vlucht nummer 1 was een bekend programma: Lars – en de overige deelnemers – hadden hier al maanden op kunnen trainen. Hij deed het goed, want niemand scoorde zo hoog als hij. Vlucht nummer 2 bestond uit enkele figuren die hij niet eerder had gevlogen. Hij eindigde als vierde en was niet langer koploper. Die positie heroverde hij weer na vlucht nummer drie, het vrije programma. De laatste drie vluchten won hij. En zo werd Lars wereldkampioen. Naast de individuele winst is het Nederlandse team ook als eerste geëindigd.
Het waren tien stressvolle dagen, blikt Lars terug. “Een vlucht in de categorie ‘unknown’ krijg je een avond van tevoren te horen. Dan is het zaak om alle figuren van de vlucht in je hoofd te prenten. Ik kan daar ’s nachts wakker van liggen. Tijdens een WK maak je dus zes vluchten in tien dagen, je leeft van spanningsboog naar spanningsboog. Maak je een fout, dan ben je de sjaak. Tijdens die laatste drie vluchten voelde ik permanente druk. Je weet dat de concurrenten meekijken en hopen dat jij een foutje maakt.’’
Het allermooiste en meeste emotionele moment van het WK was op de avond van de allerlaatste WK-vlucht, op vrijdag 9 augustus. Het was de verjaardag van zijn zieke moeder. In december 2023 was een agressieve vorm van leverkanker ontdekt, dokters gaven haar nog drie maanden, aldus Lars. Ze zaten er gelukkig naast. Lars vond het moeilijk om op 9 augustus niet bij zijn moeder te zijn om haar 78ste verjaardag te vieren, maar hij had wel het best denkbare cadeau: een WK-titel. Het was een bijzonder telefoongesprek. Zijn moeder overleed enkele weken later.
Het was een turbulente rit naar de top, aldus Lars. Meerdere malen heeft hij overwogen om er mee te kappen, vooral vanwege het gedoe met de trommelvliezen. De ziekte van zijn moeder kwam daar overheen. “Aan de andere kant heeft deze situatie me ook de drive gegeven om alle onzekerheden te laten voor wat ze zijn en er volledig voor te gaan. Samen met mijn vrouw Patty en zoon Sven, want zij zijn ook wereldkampioen geworden. Ziek zijn kan zomaar gebeuren, dus pak alle kansen in het leven die voorbijkomen, voor het te laat is. Die WK-titel draag ik op aan mijn moeder.’’