Marja Osinga 1

13 juni 2025

Marja Osinga- Vliegende arts van de KNVvL

Heb je medische vragen als je aan luchtsport doet? Grote kans dat als je ze bij de medische commissie van de KNVvL stelt, je in contact komt met Marja Osinga. Als vliegende arts zweeft ze al 55 jaar door het luchtruim en in de afgelopen decennia zet ze zich fanatiek in op medisch gebied in de luchtvaart. “Ik strijd voor regelgeving die meer recht doet aan luchtsport. De medische eisen moeten niet onnodig zwaar en ingewikkeld zijn.”

"Voor een beroepsvlieger is een andere keuring nodig dan voor een zweefvliegen of een ballonvaarder”, zegt Osinga overtuigd. “Heb je een iets te hoge bloeddruk, dan moet daar wat aan worden gedaan. Maar je krijgt er niet direct iets van, je hoeft niet direct afgekeurd te worden in mijn ogen. Lijd je aan toevallen, dan is het een ander verhaal. Maar daar tussenin zitten zoveel gradaties. De huidige eisen voor zweefvliegen en ballonvaren zijn in mijn ogen te streng. Daarom streef ik samen met de medische commissie van de FAI naar nieuwe regelgeving. Een lichtere vorm dan dat er nu is en een simpeler systeem. Daarvoor voeren we een lobby in Brussel. Op termijn zijn we kansrijk, maar het kost veel tijd.” 

Ontspannen zit Osinga op het terras van Aero Club Salland, waar op de achtergrond om de paar minuten een zweefvliegtuig een lierstart maakt. 74 jaar oud is ze, maar ze bruist van de energie. Stilzitten is niets voor haar. Tijdens de coronaperiode stopte ze als arts in enkele verpleeghuizen, maar werken doet ze nog steeds. Osinga doet medische keuringen op Breda International Airport. Daarnaast is ze onafhankelijk medisch adviseur voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in beroepszaken op het gebied van vliegmedische keuringen. In haar vrije tijd stort ze zich vol passie op de medische commissies van de KNVvL en de FAI en op haar functie binnen de Medical Expert Group en Rulemaking Groups van de EASA, waar ze Europe Air Sports vertegenwoordigt.  “Het is druk, maar ontzettend mooi om te doen. Als voorzitter van de medische commissie van de FAI wil je iedereen binnenboord houden en contacten onderhouden. En hoewel we de medische keuringen voor zweefvliegers en ballonvaarders in Nederland niet meer doen, krijgen we als medische commissie binnen de KNVvL jaarlijks nog steeds veel vragen binnen. Van mensen die zijn afgekeurd of die met beperkingen worden goedgekeurd. De redenen zijn niet altijd even duidelijk. Daar kunnen wij duidelijkheid verschaffen en waar nodig ook advies geven. Alle luchtsporters helpen we graag.”

Marja Osinga 3

Dromen van een leven als piloot

Luchtsport, Osinga doet er al 55 jaar aan. Als kind wil ze maar een ding: piloot worden. “Maar in die tijd was dat niet eenvoudig. Er waren geen vrouwelijke piloten. Om in die wereld te komen als meisje, dat was vrijwel onmogelijk. Maar vliegen heeft iets fascinerends, het leek me fantastisch. Ik droomde ervan om door de lucht te vliegen. Ik woonde in Leeuwarden en bij mij op school hing op een gegeven moment een pamflet. De zweefvliegclub die op de luchtmachtbasis is gevestigd, de Friese Aero Club, hield een ledenwerfactie. Voor gereduceerd tarief kon je zweefvliegen.”  

“Dit was mijn kans om te vliegen. Ik reageerde, als enige. De opleiding tot zweefvlieger werd gesubsidieerd door het Rijk. De overheid zocht meer piloten voor de luchtmacht en op deze manier wilden ze mensen hiervoor interesseren. Maar dit bleek alleen voor jongens. De regeling gold niet voor mij. Toch ben ik lid geworden van de club.”  

16 jaar is Osinga als ze zich meldt op de club. Eerst mag ze een dag per weekend vliegen. Later wordt ze volwaardig lid. “Ik vond het fantastisch! Als ik een paar dagen niet vloog, kreeg ik gewoon onthoudingsverschijnselen. Die drang om te vliegen was zo groot. Zweefvliegen kostveel tijd, hele weekenden. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat ben je aanwezig. Eerst heb je de briefing, daarna pak je de zweefvliegtuigen uit, brengt ze naar het veld, gaat vliegen en komt weer terug. Na afloop was je de vliegtuigen, bergt ze weer op en doe je de administratie. Destijds had ik er al vrede mee dat ik beroepsmatig geen piloot kon worden. Zweefvliegen was voor mij genoeg. Ik vond het prachtig om er het hele weekend mee bezig te zijn. We hadden vliegkampen en gingen soms naar het buitenland. Je bent de hele dag met zijn allen bij elkaar en dat is zo gezellig.”

Marja Osinga 2
“Tegenwoordig hebben we allemaal mooie gps-apparatuur om koers te houden, in mijn begintijd was je aangewezen op de Shell-kaart”
Marja Osinga

Allereerste solovlucht

Osinga bevindt zich in een mannenwereld, maar ze voelt zich er thuis. Net als dat ze zich thuis voelt in de lucht. “Op een bepaald moment mag je na een hele serie lessen voor het eerst solo vliegen. Dat is een echte mijlpaal en die eerste keer blijft me mijn hele leven bij. Dat gevoel van vrijheid dat je zelf kunt vliegen, zelf beslissingen kunt nemen, het vertrouwen hebben dat je het kunt, heerlijk. Het spel met de wolken, de wind, het weer en de thermiek, ik vond en vind het nog altijd geweldig.”  

“Je zit in je toestel en bereid je voor op de start. Je hebt genoeg gegeten en gedronken, hebt je petje en zonnebril op, alle voorbereidingen zijn gedaan. Dan word je op gang gesleept en eenmaal boven zoek je naar thermiek. Dan begint het spel om hoogte te winnen, het spel met de elementen, want je wilt zo lang mogelijk boven blijven en flinke afstanden afleggen. Dat is de sport. Het gevoel van een aantal uren vliegen op hoogte, dat je hebt genoten van het uitzicht, daar doe je het voor. Dan heb je voor je eigen gevoel echt een prestatie geleverd. Terwijl je vliegt laat je al je zorgen onder je. Constant kijk je als een havik om je heen. Je zoekt andere zweefvliegers op in de lucht, gebruikt dezelfde thermiekbellen. Soms verlies je elkaar uit het oog en zie je elkaar later bij een andere thermiekbel weer terug. Als je terugkeert op het vliegveld heb je het daar aan het eind van de dag met elkaar over.” 

“Die eerste solovlucht is heel spannend, net als die keer dat je voor je prestatiebrevet over een afstand van vijftig kilometer moet vliegen en daarbij op een ander veld moet landen. Tegenwoordig hebben we allemaal mooie gps-apparatuur om koers te houden, in mijn begintijd was je aangewezen op de Shell-kaart. Je moest constant navigeren, weten waar je je in het luchtruim bevond. Tijdens het thermiekvliegen kon je dan weleens verdwalen, maar uiteindelijk loste zich dit altijd wel op. Na de landing belde je bij de boer de ophaalploeg en kwam je altijd weer thuis.”

Marja Osinga 4

ONDERSCHEIDEN

Stilzitten is niets voor Osinga. Naast haar betaalde banen, is ze sinds 2000 actief als vrijwilliger binnen verschillende organisaties. De zweefvliegende arts is bestuurslid en voorzitter van de wetenschappelijke commissie van de Nederlandse Vereniging voor Luchtvaartgeneeskunde en de luchtvaartmedische adviescommissie van de KNVvL. Internationaal is ze (honorary) president van de Commission Internationale Médico-Physiologique van de Fédération Aéronautique Internationale. Daarnaast is Osinga voorzitter van Stichting Beheer Salland Grond en enkele jaren was ze actief als bestuurslid voor de Aero Club Salland. Voor haar vrijwillige inzet kreeg ze in 2021 de ultieme blijk van waardering: Osinga werd benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Leven in teken van zweefvliegen

De geboren Friezin ontmoet haar man dankzij het zweefvliegen bij de Friese Aero Club in Leeuwarden. Ze delen een passie en die hebben ze overgebracht op hun twee kinderen. Beiden vliegen ook en de kleinkinderen vinden het prachtig om mee te vliegen, hoewel ze te jong zijn om al zelfstandig het luchtruim te ontdekken. Het leven van de familie Osinga staatvolledig in het teken van zweefvliegen. “Ik vlieg niet meer zoveel als vroeger, maar ik geniet er nog steeds van. Nog steeds staan al onze vakanties in het teken van zweefvliegen. Door de jaren heen hebben we in alle landen in Europa en ook in landen daarbuiten gevlogen met onze Kranich oldtimer met knikvleugel. Dat deden we tijdens rally’s van de International Vintage Glider Club. De omstandigheden en het landschap zijn overal anders, je moet je er verdiepen in lokale regels. Zo heb ik in Denemarken gevlogen over zee, in de Alpen scheerden we langs bergwanden en boven de Amerikaanse Mojave Woestijn was het zo helder dat je zeker honderd kilometer ver kon kijken. Het leuke van de zweefvliegwereld is dat je overal mensen ontmoet die dezelfde passie hebben. Zien we op vakantie een zweefvliegtuig in de lucht, dan zoeken we het vliegveld op. "Direct heb je contact en mag je aanschuiven.”

“We hebben tegenwoordig veel meer contact met andere luchtsportcommissies op medisch gebied”
Marja Osinga

Passies combineren

Vliegen doet ze tegenwoordig nog enkele keren per jaar, haar inzet voor de luchtsport is er niet minder groot om. “Geneeskunde is ook een passie voor mij en het is me gelukt om dat met mijn andere passie te combineren”, lacht Osinga. Een van haar belangrijkste prestaties is de doorstart van de medische commissie van de KNVvL in 2004. En daar profiteren nog altijd vele Nederlandse luchtsporters van. “De commissie sliep." Vanuit de vereniging ben ik gevraagd om hier nieuw leven in te blazen. Daarop heb ik artsen gezocht om daarbij te helpen. We hebben destijds een goedkope, simpele en veilige keuring ontwikkeld. Later kwam er nieuwe regelgeving vanuit de overheid die veel zwaarder was. Dat zou betekenen dat er veel meer mensen zouden worden afgekeurd. Met de medische commissie hebben we ons hiertegen verzet. In overleg met de luchtvaartautoriteit hebben we zelf regels opgesteld, waardoor we de keuring in eigen hand hielden. Dit is allemaal vastgelegd bij de KNVvL en ICAO. Bovendien zijn de medische verklaringen van de KNVvL hierdoor wereldwijd geldig.  

Marja Osinga 5 1

Nog altijd zijn deze medische verklaringen van de KNVvL geldig in luchtsporten als paramotorvliegen, deltavliegen, schermvliegen en tandemparachutespringen. Ze worden door sportartsen en enkele luchtvaartgeneeskundigen uitgevoerd. Helaas is dit niet meer mogelijk voor zweefvliegers en ballonvaarders. Daarvoor geldt sinds 2021 Europese regelgeving, geregeld via de EASA. Net als voor de brevettering, die ook is overgenomen door de EASA. De vliegende arts baalt daar nog altijd van. “Ons systeem werkte. Maar we moesten wel overstappen. Echter, de huidige eisen zijn wat ons betreft te zwaar. Maar het is een heel proces om dit Europees te veranderen. Toch hoop ik op termijn dat dit lukt.  

Ondertussen zet ze zich in om de medische commissie van de FAI duidelijker voor het voetlicht te brengen. Eerst als voorzitter, nu als honorary president. “We hebben tegenwoordig veel meer contact met andere luchtsportcommissies op medisch gebied. Daarnaast zijn we erg actief op gebied van anti-doping, geestelijke gezondheid en human factors. Belangrijk werk dat niet zo zichtbaar is, maar waar we via onder meer webinars meer mee naar buiten treden. Daar hebben de aangesloten bonden profijt van.”

NATIONAAL RECORD

Al bijna vijftig jaar heeft Marja Osinga een binnenlands en nationaal record op haar naam staan in de categorie dames tweezitter. In 1976 vliegt ze in een rechte lijn naar het Duitse Steinhagen over een afstand van ongeveer 150 kilometer. “Nee, ik ben geen recordjager” lacht de 74-jarige zweefvliegpiloot. “Ik werd op de club aangemoedigd om het eens te proberen en dat record staat nog altijd. Hoe dat kan? Er zijn gewoon niet veel vrouwen die vliegen. Meisjes beginnen wel met zweefvliegen, maar haken na verloop van tijd weer af. Dat vind ik jammer.” We hebben tegenwoordig veel meer contact met andere luchtsportcommissies op medisch gebied.

Nieuwsbrief

Je inschrijving is niet goed gegaan. Excuses daarvoor! Probeer het nog een keer.
Dank je wel, je bent succesvol ingeschreven voor de KNVvL nieuwsbrief.

Schrijf je in en blijf op de hoogte van het laatste nieuws uit de vliegwereld van de lichte luchtvaart en luchtsporters. Vul hieronder je e-mailadres in.

TIP! Schrijf je meteen in voor de nieuwsbrief van verschillende afdelingen